De dirigent bij het stoplicht

Ik sta bij het stoplicht te wachten. In mijn ooghoek zie ik beweging. Een man staat met zijn rug naar mij toe wild met zijn armen te zwaaien richting het weiland naast de weg. De koeien in het weiland lijken niet onder de indruk. Dan zie ik pas dat hij oortjes in heeft en als hij zich een beetje naar links draait besef ik dat hij met passie staat te dirigeren op de muziek in zijn oortjes.

Ik moet glimlachen.

Hier staat iemand volledig op te gaan in zijn eigen wereld, onbewust van de koeien, van mij, van het verkeer om hem heen. Hij dirigeert alsof hij voor een vol orkest staat. Alsof het ertoe doet. Alsof niemand kijkt.

En eigenlijk is dat ook precies wat er gebeurt: voor hem doet het ertoe. En niemand kijkt echt. Behalve ik, even.

Het stoplicht springt op groen en ik rijd door. Maar het beeld blijft hangen.

Wat als we dat vaker durfden?

Later die dag zit ik in een overleg. Iemand stelt een idee voor dat net iets te anders is, net iets te onconventioneel. Je ziet de aarzeling in de ruimte. Gezichten die neutraal blijven. Mensen die even naar elkaar kijken. Niemand zegt iets, maar de boodschap is duidelijk: dit past niet.

Het idee wordt beleefd opzijgeschoven. We gaan verder met wat veilig voelt, met wat we kennen.

En ik denk terug aan die man bij het stoplicht.

Hij dirigeerde niet omdat het moest. Niet omdat iemand het van hem verwachtte. Niet omdat de koeien erom vroegen. Hij deed het omdat het voor hem op dat moment precies goed voelde. Hij was volledig zichzelf, zonder zich druk te maken over hoe het overkwam.

Dat is iets wat ik steeds vaker mis in organisaties. Die ruimte om jezelf te zijn, om iets te doen dat misschien een beetje gek lijkt, maar wel klopt. We zijn zo gewend geraakt aan kijken naar wat anderen doen, aan aanpassen, aan niet te veel opvallen, dat we vergeten hoe krachtig het is om gewoon je eigen ding te doen.

Verandering begint vaak bij iemand die durft te dirigeren terwijl anderen alleen koeien zien

In mijn werk met veranderprocessen zie ik dit patroon telkens terugkomen. Mensen wachten op toestemming. Op een teken dat het oké is om iets anders te doen. Op bevestiging dat hun idee niet te gek is.

Maar die bevestiging komt vaak pas nadat je het gewoon gedaan hebt.

Die man bij het stoplicht wachtte niet tot de koeien begonnen te klappen. Hij dirigeerde gewoon. En weet je wat het mooie is? Misschien inspireerde hij wel iemand anders om ook iets te doen wat een beetje gek lijkt maar wel goed voelt. Misschien was ik die iemand wel.

Ik denk aan Ellie, de wijkverpleegkundige uit mijn boek. Zij besloot op een dag dat ze de regels over tijdsbesteding anders ging interpreteren. Niet omdat haar leidinggevende dat zei. Niet omdat het systeem veranderde. Maar omdat ze zag dat het zo beter was voor haar cliënten en voor haarzelf.

Ze dirigeerde op haar eigen muziek, terwijl de koeien – in dit geval het systeem – gewoon bleven staan.

En wat gebeurde er? Anderen zagen het. En sommigen begonnen mee te doen.

Dat is hoe verandering vaak begint. Niet met een groot plan. Niet met goedkeuring van bovenaf. Maar met iemand die durft te bewegen op zijn eigen ritme, ook al lijkt het in eerste instantie een beetje raar.

De vraag is niet of anderen meteen begrijpen wat je doet

De vraag is: klopt het voor jou?

Want als het voor jou klopt, en je blijft het doen, dan gebeurt er iets bijzonders. Dan trek je anderen aan die hetzelfde voelen. Dan ontstaat er beweging waar eerst stilstand was.

Natuurlijk moet je opletten dat je niet compleet langs elkaar heen gaat werken. Verandering vraag om verbinding, om samen optrekken. Maar die verbinding begint vaak bij iemand die laat zien: dit kan ook. Zo mag het ook.

Die dirigent bij het stoplicht leerde me iets belangrijks: soms is de krachtigste vorm van leiderschap gewoon volledig jezelf zijn. Niet wachten tot het past. Niet vragen of het mag. Maar bewegen op je eigen muziek en erop vertrouwen dat de juiste mensen mee gaan bewegen.

Dus de volgende keer dat je een idee hebt dat net iets te anders voelt, net iets te onconventioneel, vraag jezelf dan af: ben ik nu aan het wachten op de koeien? Of durf ik gewoon te dirigeren?

Het stoplicht springt altijd wel een keer op groen.

Privacyverklaring Cookieverklaring Algemene voorwaarden