“Ik heb al een half jaar ongelooflijk veel last van mijn schouders en nek,” zegt ze. “Eigenlijk vanaf het moment dat ik dit veranderproject op mijn bordje heb gekregen.”
“Je voelt de verantwoordelijkheid,” zeg ik. Ik zie de energie bijna letterlijk uit haar wegzakken.
“Als ik van tevoren had geweten waar ik aan begon, had ik nooit ja gezegd. De organisatie blijft maar pushen dat ik binnen een half jaar alle teams mee moet hebben en dat ze de training hebben gevolgd. Maar ik krijg alleen maar weerstand.”
“Wat zou je zelf willen doen?” vraag ik. “Vertragen. De tijd nemen om echt te luisteren wat er nodig is,” zegt ze. “Maar die ruimte krijg ik nooit van het kernteam. Ze blijven maar hameren op de resultaten die we moeten halen.”
“Is het niet veel belangrijker dat de verandering ook echt geborgd wordt?” vraag ik. “Dat iedereen de nieuwe werkwijze ook echt toepast?”
Dit gesprek had ik een paar weken geleden. Maar ik had het net zo goed vorig jaar kunnen hebben. Met iemand anders, in een andere organisatie.
Want dit patroon zie ik keer op keer terug.
Iemand krijgt de opdracht om een verandering door te voeren. Er worden strakke deadlines gesteld, resultaten afgesproken, verwachtingen uitgesproken. En dan wordt die persoon erop afgerekend of het lukt.
Alsof verandering iets is wat je even kan regelen. Alsof weerstand een obstakel is dat je gewoon moet omzeilen. Alsof snelheid belangrijker is dan draagvlak.
En die persoon voelt zich verantwoordelijk. Voor het hele project. Voor het behalen van de doelen. Voor het meekrijgen van alle teams. Voor het succes.
Maar wat als die verantwoordelijkheid niet alleen van jou is?
Wat als de weerstand die je tegenkomt eigenlijk waardevolle informatie is over wat er echt nodig is? Wat als vertragen juist de snelste weg is naar duurzame verandering?
Ik zie het steeds weer: mensen die vastlopen omdat ze denken dat zij het moeten doen. Dat het hun feestje is. Dat als het mislukt, het hun fout is.
Maar verandering is nooit van één persoon.
Je kunt niet in je eentje een hele organisatie veranderen. Dat is ook niet de bedoeling. Je hebt de mensen om je heen nodig. Niet als uitvoerders van jouw plan, maar als mede-eigenaren van het proces.
En ja, dat betekent dat je moet vertragen. Dat je moet luisteren. Dat je ruimte moet maken voor weerstand en twijfel. Dat je misschien niet binnen een half jaar alle teams hebt meegenomen.
Maar het betekent ook dat de verandering wél beklijft. Dat mensen zich gehoord voelen. Dat ze zelf gaan bewegen omdat ze begrijpen waarom het belangrijk is.
Die vrouw met de pijn in haar schouders? Ze wist al wat ze moest doen. Vertragen. Luisteren. Ruimte maken.
Ze had alleen het gevoel dat ze die keuze niet mocht maken.
Maar natuurlijk mag dat wel. Sterker nog, het is waarschijnlijk de enige manier waarop deze verandering écht gaat lukken.
Herken jij dit? Dat gevoel dat jij het moet doen, dat het jouw verantwoordelijkheid is om het voor elkaar te krijgen?
Misschien is het tijd om die last te delen.