Ik trek de deur van de vergaderruimte achter me dicht en blijf even staan op de gang. Mijn hoofd gonst nog na van het overleg. Weer die vraag of ik “toch nog even” een extra taak op wil pakken, omdat het zo druk is. En weer hoor ik mezelf zeggen: “Nou, vooruit dan maar.” Terwijl ik me had voorgenomen het deze keer écht niet te doen. Ik voel een lichte irritatie naar mezelf opborrelen. Waarom is het toch zo lastig om gewoon nee te zeggen?
Deze situatie is mij in het verleden heel vaak overkomen en ik hoor dezelfde situaties nog steeds heel vaak tijdens de trainingen die ik geef. Misschien herken je dit wel. Je weet rationeel allang dat je grenzen moet stellen, dat je niet alles op je bord kunt nemen. Maar zodra het moment daar is, lijkt je hele lijf in de ja-stand te schieten. Je glimlacht, knikt vriendelijk, en voor je het weet ben je weer akkoord gegaan. En die collega tegenover je? Die voelt feilloos aan dat er ruimte zit in jouw ‘nee’. Alsof je een deur op een kier laat staan, waar net genoeg licht doorheen valt om het toch nog te proberen.
Ik moet altijd denken aan een situatie tijdens een training die ik ooit volgde. We oefenden het voeren van lastige gesprekken en ik speelde de rol van de assertieve medewerker. Toen ik mijn “nee” uitsprak, zei de trainer: “Je zegt het wel, maar je ogen zeggen iets anders. Je houding nodigt uit tot doorvragen.” Au. Dat was confronterend, maar ook een eyeopener. Want het is niet alleen wat je zegt, maar vooral hoe je het zegt.
En dat is precies waar het vaak misgaat in teams die ik begeleid. Mensen geven hun grens aan, maar voelen zich ondertussen schuldig, verantwoordelijk of bang om anderen teleur te stellen. Ze zeggen nee, maar hun hele uitstraling zegt: “Vraag het nog maar een keer, misschien zwicht ik wel.” En geloof me, dat gebeurt dan ook.
Wat ik steeds weer zie: nee zeggen is geen kwestie van een zinnetje uitspreken. Het is een vaardigheid die je kunt trainen, net als een spier die je sterker maakt door te oefenen. En ja, dat voelt in het begin onwennig. Misschien zelfs een beetje ongemakkelijk. Maar het is zo belangrijk — niet alleen voor jezelf, maar ook voor je team.
Wil je het eens proberen? Ga eens voor de spiegel staan. Zet je voeten stevig op de grond, kijk jezelf aan en spreek hardop uit: “Nee, dit ga ik niet doen. Ik trek een grens, want dit is belangrijk voor mij.” Let op je houding. Sta je rechtop? Is je blik rustig? Of voel je ergens in je buik nog die twijfel, dat stemmetje dat zegt: “Maar straks vinden ze me niet meer aardig…”? Geef dat gevoel even aandacht, maar laat het niet de regie nemen. Oefen het een paar keer. Je zult merken dat het steeds natuurlijker gaat voelen.
En weet je? Nee zeggen is geen gebrek aan betrokkenheid. Het is juist een vorm van verantwoordelijkheid nemen — voor jezelf én voor de mensen om je heen. Want als jij uitvalt, moet iemand anders jouw taken overnemen. Door duidelijk te zijn over je grenzen, geef je ook het goede voorbeeld. Je laat zien dat het oké is om voor jezelf te zorgen, zodat je op de lange termijn van waarde blijft voor je team.
Dus de volgende keer dat je weer in zo’n situatie belandt, denk dan even terug aan dat moment voor de spiegel. Oefen niet alleen wat je zegt, maar vooral hoe je het zegt. Je lichaam spreekt vaak nog luider dan je woorden.
Ben je benieuwd hoe je dit in jouw team kunt oefenen, of wil je eens sparren over hoe je patronen in je organisatie kunt doorbreken? Laat het me weten door te mailen. Ik denk graag met je mee over hoe jij of je team sterker en zelfverzekerder grenzen leert stellen, op een manier die echt past bij jullie manier van werken. En ik beloof dat ik alleen ja zeg als het ook echt past.