Pleisters plakken of patronen doorbreken

Ik zit buiten op een bankje in het park. Naast mij een oudere vrouw en een jonge moeder. Het zoontje van de moeder is druk aan het spelen op de toestellen in het kleine speeltuintje. Hij gedraagt zich als een ongeleid projectiel en klimt met enthousiasme overal op en over zonder aandacht voor de kinderen om hem heen. En dan gaat het mis – hij valt lelijk op zijn knie. Huilend loopt hij naar zijn moeder die uit haar tas een pleister tovert. Tien minuten later is hij weer druk aan het spelen.

Ze kijkt wat verontschuldigend naar ons. “Het is een jongen hè, dus ik heb altijd pleisters bij.”

De oudere mevrouw kijkt met wat verschrikte ogen naar de jongen die alweer allerlei acrobatische toeren aan het doen is en daarbij een ander kind met zijn voet raakt. Ze mompelt richting mij: “Ze kan hem ook leren iets voorzichtiger te zijn.”

Ik zeg niks. Maar ik denk: dit herken ik.

Pleisters plakken zie ik in mijn werk ook veel. Te veel, eigenlijk.

Een organisatie loopt tegen dezelfde problemen aan. Keer op keer. Mensen raken vermoeid, de werkdruk loopt op, iemand valt uit. Er komt een nieuw project, een werkgroep, een pilot. Enthousiasme, goede bedoelingen. En als het misgaat? Dan komt er een pleister. Een extra medewerker hier, een nieuw systeem daar, een workshop over werkdruk. Tien minuten later – of eigenlijk een paar maanden – lijkt alles weer te draaien. Tot het opnieuw misgaat.

Net als die moeder in het park pakken we de tas met pleisters erbij. We hebben er zelfs een heel arsenaal van: reorganisaties, pilots, quick wins, interventies. Allemaal bedoeld om de pijn te verzachten, de boel weer draaiende te krijgen. Maar het onderliggende patroon? Dat blijft intact.

Die oudere vrouw had een punt. Je kunt ook leren om iets voorzichtiger te zijn. Om anders te kijken naar wat er gebeurt. Om te zien: waarom gebeurt dit steeds weer?

In organisaties noemen we dat reflectie. Het vermogen om te stoppen met rennen, om even stil te staan bij wat er écht aan de hand is. Niet: hoe plakken we dit weer dicht? Maar: waarom valt dit kind steeds? Waarom raakt hij andere kinderen? Wat heeft hij nodig om anders te bewegen?

Dat vraagt moed. Want het is makkelijker om een pleister te pakken dan om te erkennen dat je misschien anders moet opvoeden. Het is makkelijker om een nieuwe tool te implementeren dan om te kijken naar de manier waarop je team samenwerkt. Of naar de manier waarop beslissingen worden genomen. Of naar wat mensen écht nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen.

Begrijp me niet verkeerd: soms is een pleister precies wat nodig is. Als iemand gevallen is, moet je de wond verzorgen. Maar als datzelfde kind elke dag met een nieuwe schaafwond thuiskomt, dan is het tijd voor een ander gesprek.

In verandertrajecten zie ik het vaak: mensen willen graag oplossingen. Snel, concreet, zichtbaar. Een nieuwe werkwijze, een ander systeem, een duidelijk plan. Pleisters, eigenlijk. En ja, die kunnen helpen. Maar als je niet kijkt naar het patroon erachter – naar waarom dingen steeds misgaan – dan blijf je pleisters plakken. En ondertussen raakt je team vermoeid, gefrustreerd, of erger: ze geloven niet meer dat het ooit anders kan.

Wat die jongen in het park nodig had? Misschien een gesprek over hoe je rekening houdt met anderen. Hoe je voelt wanneer iets te hoog of te gevaarlijk is. Hoe je stopt voordat je valt in plaats van erna op te krabbelen. Dat is lastiger dan een pleister pakken. Het vraagt tijd, geduld, en de bereidheid om samen te kijken naar wat anders kan.

Hetzelfde geldt voor organisaties. Wil je écht veranderen? Dan moet je durven kijken naar de patronen die steeds terugkomen. Naar de manier waarop je reageert als het misgaat. Naar wat je team nodig heeft om zelf te kunnen sturen in plaats van gered te moeten worden.

Dat is geen quick fix. Dat is geen pleister. Maar het is wel wat zorgt voor duurzame verandering. Voor een cultuur waarin mensen niet steeds vallen, maar leren anders te bewegen. Waarin ze niet wachten op de volgende pleister, maar zelf invloed hebben op wat er gebeurt.

Die moeder in het park bedoelde het goed. Dat weet ik zeker. Net zoals de meeste leidinggevenden die ik tegenkom het goed bedoelen. Maar soms is goed bedoeld niet genoeg. Soms moet je durven stoppen met pleisters plakken en beginnen met échte vragen stellen.

Wat is het patroon dat zich herhaalt in jouw organisatie? En wat zou er veranderen als je daar eens echt naar zou kijken?

Privacyverklaring Cookieverklaring Algemene voorwaarden