Op mijn vensterbank staat een cactus die ik jaren geleden cadeau kreeg, als klein plantje nog. Ik heb geen groene vingers. Bloemen gaan bij mij binnen twee weken dood, planten geef ik met de beste bedoelingen te veel of te weinig water, en toch groeit die cactus langzaam maar zeker door. Ik vind hem niet eens mooi. Maar wegdoen? Dat krijg ik niet over mijn hart. Deels omdat het een cadeau was, deels omdat ik onder de indruk ben van hoe hardnekkig dat ding blijft leven ondanks mijn verwaarlozing.
Die cactus zegt iets over mij dat verder gaat dan tuinieren. Ik zie hetzelfde patroon terug bij professionals die middenin een veranderproces zitten en al jaren tijd en energie hebben gestoken in een aanpak, een project of een rol. Iets dat niet meer past bij waar de organisatie nu staat, dat soms zelfs tegenwerkt, maar dat niemand durft los te laten. Niet omdat het nog iets oplevert. Omdat het voelt als afscheid nemen van een stuk van jezelf.
Deze blog gaat over dat vasthouden, en over hoe je alsnog kiest.
Wat er gebeurt als je vasthoudt aan wat niet meer werkt
Een projectstructuur die ooit broodnodig was, blijft bestaan terwijl de organisatie er allang omheen is gegroeid. Een taak die je jarenlang beheerde, hou je vast terwijl een collega hem inmiddels sneller en beter zou kunnen doen. Een aanpak die zich in het verleden bewees, blijft de norm terwijl de vraag van vandaag iets anders vraagt.
Het gevolg is dat energie wegvloeit naar iets dat allang zijn waarde heeft verloren, terwijl de plek waar die energie nu nodig is leeg blijft. Mensen om je heen merken het eerder dan jij: de stroperigheid, de weerstand tegen elk voorstel om het anders te doen, het gevoel dat een project op de automatische piloot draait terwijl iedereen eigenlijk al verder wil. En jij zit er middenin, met het gevoel dat loslaten gelijkstaat aan verlies.
Waarom “gewoon loslaten” niet werkt
Het advies om iets “gewoon los te laten” gaat voorbij aan wat er werkelijk gebeurt. Je houdt niet vast aan de taak, het project of de rol zelf. Je houdt vast aan wat het ooit voor je betekende: de erkenning die het opleverde, de identiteit die je eraan ontleende, het gevoel dat je onmisbaar was op dat plekje. Loslaten voelt dan niet als opruimen, maar als jezelf kwijtraken.
Daarbij komt vaak een schuldgevoel. Alsof loslaten betekent dat al die jaren erin gestoken voor niets zijn geweest. Terwijl dat niet zo is. Wat iets ooit betekende, blijft waar, ook als je het loslaat. Maar zolang je die twee dingen niet uit elkaar haalt, de waarde van toen en de functie van nu, blijft vasthouden de enige optie die veilig voelt.
De oplossing zit niet in loslaten zelf
Erken eerst waarom iets zo moeilijk los te laten is. Meestal zit de waarde in wat het ooit betekende, niet in wat het nu nog oplevert. Dat is geen zwakte, dat is menselijk. Vraag jezelf vervolgens iets scherpers af: houd ik dit vast uit overtuiging, of uit gewoonte en schuldgevoel?
Die vraag alleen al opent ruimte. Want misschien houd je een taak vast omdat je er nog steeds in gelooft, en dat is een geldige reden om door te gaan. Maar misschien houd je hem vast omdat stoppen voelt als falen, en dat is een heel ander verhaal.
Van daaruit kun je bewust kiezen. Niet alles hoeft te verdwijnen. Sommige dingen bewaar je als herinnering aan wat ze je gebracht hebben, zoals mijn cactus op de vensterbank blijft staan, ook al past hij niet bij mijn smaak. Andere dingen laat je groeien in een nieuwe vorm, of je laat ze verdwijnen zodat er ruimte ontstaat voor iets dat wél bij vandaag past.
Dat kiezen, niet het loslaten zelf, is waar je veranderkracht zit. Een spreeuw in een zwerm verandert ook niet van koers omdat iemand het beveelt, maar omdat hij zelf de kleinste verschuiving om zich heen opmerkt en daarop reageert. Datzelfde geldt voor jou binnen je organisatie. Niemand anders kan voor jou bepalen wat je vasthoudt uit overtuiging en wat uit gewoonte. Dat onderscheid maken is zelf al een vorm van bewegen.
Ruimte maken zonder jezelf te verliezen
Loslaten tijdens verandering hoeft dus geen radicale breuk te zijn. Het is vaker een serie kleine, bewuste keuzes: dit bewaar ik omdat het waardevol was, dit laat ik gaan omdat het zijn functie heeft verloren. Die keuzes maken je niet minder loyaal aan wat je hebt opgebouwd. Ze maken juist ruimte voor wat er nu nodig is, bij jou en bij de mensen om je heen.
Mijn cactus blijft gewoon staan. Niet omdat hij mooi is, maar omdat ik weet waarom ik hem bewaar. Dat is een ander soort vasthouden dan uit gewoonte iets aanslepen waar ik allang klaar mee ben.
Ik ben benieuwd hoe dat bij jou werkt. Is er iets binnen jouw organisatie waarvan je weet dat het eigenlijk los mag, maar waar je toch aan vasthoudt? En weet je nog waarom? Ik lees het graag terug in een reactie.